centrum voor spiritualiteit en zingeving ... omdat leven meer is ...

Parabel van De drie ringen

Dit is het verhaal bij onze naam, waardoor wij ons laten inspireren....

Het gebeurde in de tijd van de kruistochten. Jeruzalem was in het jaar 1099 door de kruisvaarders veroverd, waarbij duizenden joden en moslims werden vermoord. Bijna honderd jaar later slaagde de machtige sultan Saladin erin het leger van de kruisvaarders te verslaan en de machtige stad Jeruzalem te heroveren. Hij liet geen bloedbad aanrichten en was tolerant ten opzichte van de joden en christenen in de stad.

Daar woonde in die tijd Nathan, een wijze jood, voor wie veel mensen diep respect hadden. Op een dag liet Saladin Nathan bij zich komen, omdat hij hem op de proef wilde stellen. Hij zei: "Ik heb gehoord dat u een wijs man bent en dat u vooral goed op de hoogte bent van godsdienstige zaken. Daarom wil ik graag van u horen welke godsdienst de ware is: het jodendom, het christendom of de islam? Van deze drie kan toch maar één de ware zijn?"
Nathan dacht lang na. Hij wist dat de sultan verdraagzaam was, maar toch… zou deze vraag een valstrik zijn? Wilde de sultan horen dat de islam de ware godsdienst was? Hij wist toch dat Nathan zoiets niet zou kunnen zeggen, als hij zijn eigen godsdienst niet wilde verloochenen! Tenslotte zei Nathan: "U hebt mij een bijzonder moeilijke vraag gesteld, die ik alleen maar kan beantwoorden in de vorm van een verhaal." "Ik luister", zei Saladin. En Nathan vertelde:

Er was eens een man die een ring bezat, waarvan een wonderlijke kracht uitging. De ring maakte de drager tot een goed en wijs mens, geliefd bij God en geliefd bij de mensen. Deze bijzondere ring had hij gekregen van zijn vader, die daarbij gezegd had dat hij hem moest doorgeven aan de zoon van wie hij het meest hield.
Maar deze vader had drie zonen. Hij hield van hen alledrie evenveel en daarom vroeg hij zich af aan wie hij de ring het beste kon toevertrouwen. De ene dag leek de oudste zoon de meest geschikte persoon, de volgende dag de tweede, later weer de jongste zoon. Soms hadden de zonen ruzie met elkaar en waren ze niet in staat elkaar te vergeven en vrede te sluiten.
Ook gebeurde het wel eens dat de ene zoon betrouwbaarder bleek te zijn dan de andere. Maar wie het beste de drager van de ring zou kunnen zijn… nee, dat wist hij niet.

Toen hij voelde dat hij niet lang meer zou leven, liet hij een goudsmid bij zich komen. Hij liet hem de ring zien en zei: "Maak er twee bij, die er precies op lijken." De goudsmid was een meester in zijn vak en hij slaagde er zo goed in dat de vader zelf niet meer kon zien welke van de drie ringen de echte was. Dat wilde hij ook niet meer weten.
's Avonds liet de vader zijn drie zonen bij zich komen. Eén voor één gaf hij hun zijn zegen en één voor één schoof hij hen een ring om de vinger en zei: "Wie nu de echte ring draagt, weet niemand, maar dit is mijn opdracht aan jullie alle drie: leef zo alsof je de drager van de echte ring bent. Heb elkaar lief, wees verdraagzaam en barmhartig."